Agenda en uitgaanstips

19 oktober

Moeder Teresadag - (Dita e Nn Terezs)

Lees verder...

Onze statistieken

Vandaag 39
Deze week 294
Deze maand 555
Sinds 11-2008 473842

Het Volkslied van de Sorben



 

 

Handrij ZejlerRjana Łužica - Schone Lausitz
Rjana Łužica is het officieuze volkslied van de Sorben. Het is geschreven door de dichter en theoloog Handrij Zejler, die destijds pas 23 jaar was en in zijn latere leven één van de bekendste gezichten werd van de Sorbische volksrenaissance. De tekst werd voor het eerst gepubliceerd op 24 augustus 1827 in het Leipziger tijdschrift Serbska Nowina, dat uitgegeven werd door Het Sorbische Predikersgezelschap (Serbske Prědarske Towarstwo). Het gedicht, dat bij eerste publicatie nog uit zes strofen bestond, verscheen in eerste instantie onder de titel Na Serbsku Łužicu (In de Sorbische Lausitz). Datzelfde jaar nog werd het gedicht op muziek gezet door Korla Benjamin Hatas.
In 1844 raakte Handrij Zejler bevriend met de componist Korla Awgust Kocor (Duits: Karl August Katzer). Uit hun vriendschap en samenwerking kwamen vele gezamenlijke werken voort. In 1845 componeerde Korla Awgust Kocor een nieuwe melodie voor het gedicht. Het volkslied werd voor het eerst voor publiek uitgevoerd op 17 oktober 1845 in Budyšin / Bautzen, tijdens het eerste Sorbische Zangfestijn. Vanaf dat moment werd het gedicht/lied steeds populairder en is men het als het volkslied van de Sorben gaan beschouwen.

 

 

 

Oppersorbisch

 

Rjana Łužica
Schone Lausitz
   
Rjana Łužica,
sprawna, přećelna,
mojich serbskich wótcow kraj,
mojich zbóžnych sonow raj,
swjate su mi twoje hona!
Schone Lausitz,
eerzaam en vriendelijk,
land van mijn Sorbische voorvaderen,,
paradijs van mijn geluksdromen,
heilig zijn voor mij uw velden!
   
Časo přichodny,
zakćěj radostny!
Ow, zo bychu z twojeho
klina wušli mužojo,
hódni wěčnoh wopomnjeća!
Moge de tijd die komt , 
vol vreugde bloeien,
Ach, moge uw schoot
mannen voortbrengen,
die eeuwige herinnering waard zijn.
   
Bitwu bijachu,
horcu, železnu,
něhdy serbscy wótcojo,
wójnske spěwy spěwajo.
Štó nam pójda waše spěwy?
Een hete,
ijzeren slag sloegen
ooit onze Sorbische voorouders,
strijdliederen zingend..
Wie vertelt ons nu van hun liederen?
   
Boha čorneho,
stare kralestwo
rapak nětko wobydli,
stary moch so zeleni,
na skale, kiž wołtar běše.
De zwarte god,
zijn oude koninkrijk
wordt nu bewoond door een raaf.
Oud mos groent op de stenen,
die ooit altaar waren.

 

 

 

 

Nedersorbisch

 

Rědna Łužyca
Schone Lausitz
   
Rědna Łužyca,
spšawna, pśijazna,
mojich serbskich woścow kraj,
mojich glucnych myslow raj,
swěte su mě twoje strony.
Schone Lausitz,
eerzaam en vriendelijk,
land van mijn Sorbische voorvaderen,,
paradijs van mijn geluksdromen,
heilig zijn voor mij uw velden!
   
Cas ty pśichodny,
zakwiś radostny!
Och, gab muže stanuli,
za swoj narod źěłali,
godne nimjer wobspomnjeśa!
Moge de tijd die komt , 
vol vreugde bloeien,
Ach, moge uw schoot
mannen voortbrengen,
die eeuwige herinnering waard zijn.

 

 

 

 

 

 








Citaat van de dag

"Dobry wječor ma dobru wječer.
Een goede avond heeft goed avondbrood. "
- Sorbisch spreekwoord -

Advertenties

Ook adverteren op deze pagina?

E-mail